juli 2016

donderdag 5 juli 2012

Visie op voetgangers

Het buitenland leert ons dat bestuurlijke wil en de ontwikkeling van een meerjarenvisie de slaagkansen bepalen van een voetgangersvriendelijke stad. Deze visie moet sectoroverstijgend zijn omdat de argumenten en voordelen van goed voetgangersbeleid meerdere sectoren raken. De plaats van de voetganger moet in alle fasen van het beleid duidelijk zijn,  dus ook bij de aanbesteding, realisatie, beheer en onderhoud. Beleid met enkel voetgangersmaatregelen heeft weinig kans van slagen. Alleen lopen aantrekkelijk maken zal automobilisten niet massaal uit hun auto halen. Andersom geldt wel dat het terugdringen van het autoverkeer een kritische succesfactor is om voetgangersbeleid te laten slagen. Voetgangersbeleid moet integraal deel uitmaken van een coherent beleid voor duurzame mobiliteit.

Belangrijk is om te werken aan de beeldvorming via communicatie en promotie. Bewoners en bezoekers hebben vaak een overdreven negatief gekleurd beeld (Methorst 2010). 'Zachte' maatregelen om de beeldvorming te veranderen kunnen ook een hefboom zijn om 'harde' veranderingen in de fysieke infrastructuur te versterken. Plannen hebben geen nut als ze door de bevolking niet begrepen en gedragen worden. In veel succesvolle steden is het voetgangersvriendelijke mobiliteitsbeleid gekoppeld aan een communicatiecampagne. Het beleid in Geneve kent bijvoorbeeld het uitgangspunt dat de stad teruggegeven wordt aan de bewoners.


In Zürich is de slogan ‘mobiliteit is cultuur’. Daarbij moeten er krachtige signalen op straat zichtbaar zijn. In grote ruime verkeersgebieden moet de machtsverhouding tussen voetgangers en auto´s worden omgedraaid. Naast de meer rationele argumenten, moet de stadsgebruiker emotioneel worden verleid door verrassende, ludieke en artistieke interventies (Lavadinho, 2009). In de Citylounge in Sankt-Gallen lijkt op een verkeersvrij plein het stadsmeubilair organisch uit de grond te groeien. In Zürich wordt één parkeerplaats omgevormd tot miniparkje met bank. Het gaat vaak om kleine dingen: in Genève duiken op straat overal stickers op met het logo Plan Piétons om aandacht te vragen voor vele kleine, vaak onopvallende verbeteringen zoals een verbrede stoep of een nieuw zebrapad. En miniparkjes met één herkenbare bank vormen een leidraad op wandelroutes. Kortom, voetgangersbeleid moet een zichtbare meerwaarde uitdragen.
Bij aanpassingen op straatniveau is bewonersparticipatie het toverwoord voor draagvlak. Door middel van straataudits en bijeenkomsten kunnen bewoners een bijdrage leveren aan de verbetering van hun directe woonomgeving. Zo valt goed uit te leggen waarom bijvoorbeeld parkeerplaatsen moeten wijken voor een breder trottoir.

Verkeerseducatie is een succesvol middel om het lopen (en fietsen) te bevorderen. Dat moet dan wel meer zijn dan pure informatieverstrekking. Effectieve programma’s bereiken via de kinderen de ouders, die zodoende ook geconfronteerd worden met veilige en gezonde manieren van mobiliteit. In den Haag en de Bilt is het project Loopbus toegepast, waarbij vrijwilligers kinderen via een vaste route naar school brengen.

Verkeerseducatie in samenhang met een verkeersveilige inrichting van schoolroutes zorgt ervoor dat zowel kinderen als hun ouders meer lopen.

Het voetgangersbeleid is pas volwassen als het organisatiebreed gedragen wordt. Een duidelijke visie op voetgangerskwaliteit moet onderschreven worden door alle actoren, afdelingen en niveaus. Daarvoor is draagvlak binnen de eigen organisatie nodig. Samenwerking tussen de sectoren Mobiliteit, Ruimtelijke ordening, maar ook Milieu, Gezondheid en Sociale Zaken is kansrijk. Het stimuleren van lopen heeft positieve effecten voor al deze sectoren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten