juli 2016

zondag 10 juli 2016

Lopen maakt steden aantrekkelijk


Lopen is belangrijker dan vaak wordt gedacht. Minimaal een vijfde van alle verplaatsingen gaat te voet. Maar veel meer verplaatsingen bestaan gedeeltelijk uit lopen, bijvoorbeeld als iemand loopt van of naar het station. Voor sommige mensen is lopen handig, snel of gewoon prettig, voor anderen is lopen de enige manier om zonder hulp van anderen ergens te kunnen komen. Bestemmingen op loopafstand en goede voetgangersroutes ernaartoe maken dat mensen vaker en verder lopen, naar de winkel, naar de bushalte of een rondje door het park. Het heeft veel voordelen als meer mensen meer lopen. Van alle vormen van mobiliteit is lopen de simpelste, goedkoopste, duurzaamste en meest sociale vorm. Mensen worden er gezond en gelukkig van en voetgangersvriendelijkheid maakt steden aantrekkelijk en economisch sterk.


Dit dashboard geeft u inzicht in de meest recente cijfers over lopen: Hoeveel wordt er gelopen? Welke regionale verschillen zijn er? Waar lopen mensen naartoe? Hoeveel lopen mensen van en naar openbaar vervoer? Hoe ver zijn mensen bereid te lopen en waar hangt dat vanaf?
Voetgangers krijgen de ruimte aan de Vondellaan in Utrecht
Een nieuwe analyse over bereikbaarheid laat zien hoe het zit met de nabijheid van voorzieningen. Welke gemeenten bedienen hun inwoners goed met verschillende bestemmingen op loopafstand en in welke gemeenten moet je wel heel ver lopen om je boodschappen te kunnen doen of je kind naar school te brengen?

De cijfers laten zien dat lopen al een een belangrijke manier van verplaatsen is. Verschillende trends leiden ertoe dat het belang van lopen verder groeit. Afgezien van het faciliteren van deze ontwikkeling zijn er goede redenen om lopen ook echt te stimuleren. Een overzicht van kosten en baten van een voetgangersvriendelijke inrichting laat zien dat lopen heel veel positieve effecten heeft, zowel voor de mensen zelf als voor hun omgeving. Een voetgangersvriendelijke inrichting helpt bij het bereiken van uiteenlopende beleidsdoelen, waaronder gezonde inwoners, zelfredzame ouderen, een aantrekkelijk winkelgebied, minder verkeersslachtoffers en een goede luchtkwaliteit. Redenen te over voor een gemeentelijke visie op voetgangers uitgewerkt in verschillende beleidsplannen en ontwerpen.

Tenslotte geeft dit dashboard u handvatten voor het maken van beleid voor de voetganger.

woensdag 8 juni 2016

70% van alle verplaatsingen gaat geheel of gedeeltelijk te voet

Bijna iedereen kan lopen en dat doen we dan ook massaal: Om een stukje te wandelen, voor een boodschap, om een brief te posten of op weg naar de bus. Maar in transportstatistieken komt lopen niet zo prominent naar voren. Dit komt deels door de manier waarop de data worden verzameld en deels door het feit dat vaak wordt gekeken naar het aantal afgelegde kilometers en niet naar het aantal verplaatsingen of de tijd die mensen eraan spenderen. 

Er bestaan verschillende typen loopverplaatsingen. Zo kun je functioneel lopen van A naar B, bijvoorbeeld van huis naar de bakker. Ook lopen mensen vaak van en naar stations en haltes, dan is lopen een vorm van voor- en natransport. Een derde vorm is lopen zonder specifieke bestemming, bijvoorbeeld als je een blokje om gaat met de hond of als je aan het winkelen bent. Een laatste categorie is de korte verplaatsing. Denk aan een kopje suiker lenen bij de overburen of een brief posten aan het einde van de straat. Bij het interpreteren van statistieken is het belangrijk deze verschillende vormen in het oog te houden. 

70% van alle verplaatsingen gaat geheel of gedeeltelijk te voet
Cijfers van het OViN laten zien dat hoewel maar 2,8% van alle afgelegde kilometers te voet gaat, bijna een vijfde van alle verplaatsingen een loopverplaatsing is. Zo bezien lijkt het al heel wat, maar in werkelijkheid is het nog veel meer. In de data van het OViN wordt lopen namelijk onderschat. Dat komt doordat:
- lopen als vorm van voor- en natransport maar ten dele wordt meegenomen en 
- korte afstanden er niet of nauwelijks in zitten. 
Als die loopverplaatsingen wel worden meegenomen gaat 69% van alle (deel)verplaatsingen te voet.

Berekening aandeel deelverplaatsingen te voet
Sommige verplaatsingen bestaan uit één deelverplaatsing, zoals lopen van A naar B en soms ook fietsen (als er niet hoeft te worden gelopen van of naar de fiets). Andere verplaatsingen bestaan uit meerdere deelverplaatsingen, zoals bij het openbaar vervoer en ook de auto. Je moet immers ook nog naar de halte lopen of van de parkeerplaats naar de eindbestemming. Een dergelijke verplaatsing bestaat dus uit drie deelverplaatsingen. Als we alle deelverplaatsingen optellen is dat samen 100%. Daarvan blijkt 69% een loopverplaatsing te zijn.

De onderschatting van lopen is ongeveer 40% van de reizigerskilometers. Het aantal voetgangersverplaatsingen per dag wordt geschat op 1,0 (in plaats van 0,49 ). De gemiddelde verplaatsingsafstand wordt geschat op 710 meter in plaats van de 1.075 meter die het MON 2004 laat zien. Ook blijkt dat als we beter kijken wat voetgangers werkelijk doen, dat van de 321 km die we jaarlijks lopend afleggen, 133 km bestaat uit lopen van of naar een ander vervoermiddel. Ook spenderen we gemiddeld 17,6 minuten per dag aan lopen. Onderstaande tabel laat de modal split zien uit 2012 met tussen haakjes een schatting van het werkelijke aantal kilometers, verplaatsingen en gespendeerde tijd. 

Lengte, duur en aantal verplaatsingen in 2012
per persoon per dag
Totaal
Auto
bestuur
-der
Auto
passa-
gier
Trein
Bus/
tram/
metro
Brom-/
Snor-
fiets
Fiets
Lopen
Lopen %
Kilometers
28,3
15,07
5,97
2,26
0,74
0,18
2,53
0,78
(1,1)*
2,76%
Reisduur in minuten
60,32
20,60
8,84
4,16
2,62
0,48
12,96
9,22
(17,6)*
15,3%
Verplaatsingen
2,68
0,88
0,38
0,05
0,06
0,03
0,74
0,49
(1,0)*
18,3%

*) schatting van het werkelijke aantal obv Methorst 2005a, 2009 en 2010
 Bron: CBS, bewerking CROW 

In de rest van dit dashboard worden de 'kale' CBS cijfers gegeven zonder inschatting van het werkelijk aantal. Het aandeel voetgangersverplaatsingen is dus in werkelijkheid groter.

Tweederde van alle loopverplaatsingen is functioneel
Winkels gecombineerd met woningen in Almere
Er zijn veel redenen om te gaan lopen, waaronder wandelen en toeren. Maar ook het volgen van onderwijs gaat bij 27% van de verplaatsingen te voet. Functioneel lopen we het meest om te winkelen en boodschappen te doen. 

Toeren heeft niet als doel ergens te komen. 80% van dit toeren gebeurt wandelend. In totaal vindt ongeveer 22% van alle verplaatsingen te voet plaats. Waar in vroegere tijden naar het werk lopen heel normaal was, gebeurt dat nu nog maar weinig. Zakelijke bezoeken te voet zijn al helemaal sporadisch.

Aandeel voetgangers naar verplaatsingsmotief
Activiteit
Aandeel voetgangers per motief
Verdeling voetgangers-verplaatsingen over motieven
Verdeling alle verplaatsingen over de motieven
Wandelen en toeren
  80%
  35%
    8%
Onderwijs en cursus
  27%
  11%
    2%
Overige motieven
  22%
    7%
    2%
Winkelen en boodschappen
  20%
  17%
    3%
Diensten
  19%
    3%
    0%
Sociaal en recreatief
  18%
  11%
    3%
Visite en logeren
  16%
  12%
    3%
Van en naar het werk
    4%
    3%
    0%
Zakelijk bezoek
    2%
    0%
    0%
Alle motieven
  22%
100%
  22%
Bron: CBS, MON 2004-2008 ; bewerking RWS/ Goudappel Coffeng

Grote verschillen tussen regio´s en gemeenten bieden kansen voor modal shift
Het is opvallend hoe groot de verschillen zijn tussen verschillende regio’s en tussen verschillende gemeenten. Hoewel het meest wordt gelopen in grote steden, springen ook enkele kleinere gemeenten eruit. Dit betekent dat er in theorie goede mogelijkheden zijn voor een modal shift.  

Hoewel het aandeel per stedelijkheidsgraad niet veel verschilt, valt op dat er in grotere steden meer wordt gelopen dan in landelijke steden. Omdat ook het openbaar vervoer gebruik in de grote steden hoger ligt, ligt het voor de hand dat ook meer gelopen wordt als voor- en natransport. Daarom is het verschil waarschijnlijk groter als ook deze vorm van lopen volledig zou worden meegenomen in de statistieken.


  Aandeel in het aantal verplaatsingen per persoon per dag 
Stedelijkheidsgraad
Gemiddeld aandeel voetgangers-
Verplaatsingen 2004-2007
Gemiddeld aandeel voetgangers-
Verplaatsingen 2010-2013
zeer sterk stedelijk
21,9%
22,1%
sterk stedelijk
19,0%
19,3%
matig stedelijk
18,0%
17,4%
weinig stedelijk
17,1%
16,1%
niet stedelijk
18,1%
16,3%
Toaal
18,0%
17,1%
   Bron: CBS, bewerking CROW

  Aantal verplaatsingen per persoon per dag 2010-2013
stedelijkheidsgraad
Auto-bestuurder
Auto
-passagier
Trein
Bus/
Tram/
Metro
Fiets
Lopen
Totaal
zeer sterk stedelijk
0,67
0,32
0,09
0,12
0,73
0,55
2,48
sterk stedelijk
0,81
0,37
0,06
0,05
0,75
0,49
2,54
matig stedelijk
0,88
0,39
0,05
0,03
0,78
0,45
2,59
weinig stedelijk
0,92
0,39
0,03
0,04
0,71
0,40
2,50
niet stedelijk
0,91
0,39
0,03
0,03
0,63
0,39
2,38








gemiddeld
0,88
0,38
0,04
0,04
0,71
0,43
2,49
   Bron  CBS, bewerking CROW

De cijfers laten zien dat in (zeer) sterk stedelijke gemeenten het aandeel voetganger in 2010-2013 hoger is dan in de periode 2004-2007. In hoeverre dit komt door een methodebreuk tussen MON en OViN, dan wel dat het echt duidt op een verschil in verplaatsingsgedrag is onbekend.

In de diagram hieronder staat de top 10 zeer sterk stedelijke gemeenten die het grootste aandeel verplaatsingen te voet kennen. Je ziet hier in één oogopslag dat er vooral veel spreiding zit op autobestuurder, fiets en lopen. 

Top 10 Grootste aandeel voetgangersverplaatsingen zeer sterk stedelijke gemeenten
   Bron  CBS, bewerking CROW


Omdat het aantal waarnemingen per gemeente beperkt is, zeker voor kleinere gemeenten, is de betrouwbaarheidsmarge groot. Toch geven we hier enkele cijfers om een gevoel te geven van de spreiding van de aandelen. Hoewel al uit de tabel met stedelijkheidsgraden blijkt dat er relatief veel wordt gelopen in grotere steden, zijn er ook kleinere plaatsen waar veel wordt gelopen. En wat niet verbaast is dat men zich op Vlieland veel te voet verplaatst. Van de G4 staan Amsterdam, Rotterdam en Den Haag in de top 10.

Gemeente
Gemiddeld aandeel voetgangersverplaatsingen
Relatieve onbetrouwbaarheidsmarge
Vlieland
37%
108%
Vaals
37%
49%
Muiden
34%
54%
Brunssum
30%
26%
Korendijk
29%
43%
Rotterdam
28%
7%
Vlist
27%
45%
Kerkrade
27%
22%
Amsterdam
26%
6%
's-Gravenhage
26%
8%

Top 10 Grootste aandeel voetgangersverplaatsingen alle gemeenten
 Bron  CBS, bewerking CROW

Hoewel er dus in de grote steden meer wordt gelopen, valt op dat er in de provincie Limburg meer wordt gelopen dan in de Randstedelijke provincies:


Provincie
Gemiddeld aandeel voetgangersverplaatsingen 2004-2007
Gemiddeld aandeel voetgangersverplaatsingen 2010-2013
Limburg
20,20%
19,70%
Friesland
19,10%
18,10%
Zuid-Holland
19,40%
18,10%
Zeeland
19,10%
18,00%
Noord-Holland
18,50%
17,90%
Flevoland
18,10%
17,90%
Noord-Brabant
17,50%
16,90%
Utrecht
17,60%
16,90%
Gelderland
16,30%
16,10%
Groningen
18,40%
15,20%
Overijssel
15,60%
14,90%
Drenthe
15,10%
14,40%
Nederland
18,0%
17,1%



Hieronder geven we de top10 gemeenten met het kleinste aandeel voetgangersverplaatsingen:
Gemeente
Gemiddeld aandeel voetgangersverplaatsingen
Relatieve onbetrouwbaarheidsmarge
Boekel
8%
82%
Tubbergen
8%
63%
Bronckhorst
9%
42%
Millingen aan de Rijn
9%
91%
Slochteren
9%
38%
De Wolden
9%
31%
Dantumadiel
9%
41%
Oisterwijk
10%
51%
Westerveld
10%
34%
Wassenaar
10%
46%

Als we deze percentages vergelijken met die van de steden met de meeste voetgangersverplaatsingen (zie boven), dan valt op dat het aandeel dat we te voet afleggen wel tot een factor 5 verschilt. Dit geeft een vermoeden dat met beleid gericht op voetgangers de modal shift in veel gemeenten nog wel iets kan veranderen. Zeker omdat het belang van lopen groeit.

Openbaar vervoer kan niet zonder lopen 
Lopen is een belangrijke vorm van voor- en natransport bij reizen met het openbaar vervoer. Bij de trein vooral als natransport, bij de bus komt lopen zowel aan de woningzijde als aan de activiteitenzijde veel voor. Mensen lopen ook van en naar hun auto en zelfs nog een stukje in combinatie met de fiets. 

Lopen is de belangrijkste vervoerswijze als voor- en natransport naar de trein: gemiddeld 36%: 

Voor- en natransport trein voor stations hoofdrailnet
Woningzijde
Activiteitenzijde
Gemiddeld
Lopen
  24,2%
  47,7%
  36,0%
Fietsen
  38,6%
  12,0%
  25,3%
Bus, tram, metro
  23,2%
  26,0%
  24,6%
Auto (passagier)
    5,9%
    7,7%
    6,8%
Auto (bestuurder)
    7,2%
    2,3%
    4,7%
Overig
    0,4%
    3,4%
    1,9%
(Trein)taxi
    0,5%
    1,0%
    0,7%
Totaal
100   %
100   %
100   %

     Bron: NS 2005, bewerkt door Fietsberaad 2007

Als voor- en natransport voor tram, metro en bus is lopen nog belangrijker, gemiddeld bijna 90% van de verplaatsingen:


Bron: Van Nes, 2014 obv data 2006-2009

Lopen is niet alleen een belangrijke vorm van voor- en natransport bij openbaar vervoer, maar ook bij de auto en zelfs bij de fiets. Mensen lopen het verst naar het station en van het station naar hun eindbestemming, maar ook bij de auto worden meters afgelegd als niet voor de deur geparkeerd kan worden: 

Vervoerwijze
Aantal meters dat mensen lopen voor- en natransport samen
Fiets
80
Auto
180
Lokaal openbaar vervoer
950
Trein
1300

Bron: Methorst 2009

Klik hier voor volgend blog à